De patholoog vraagt de tumor DNA-test aan bij alle nieuwe diagnoses ovarium- of tubacarcinoom, tenzij de patiënt bezwaar heeft (Opt-Out). Hiervoor stuurt de patholoog het meest geschikte FFPE-tumorblokje naar het moleculaire lab. De genen BRCA1, BRCA2, RAD51C, RAD51D, PALB2 en BRIP1 worden onderzocht.

Het aanvraagformulier is centrum specifiek. 

Het moleculaire lab ontvangt het tumorweefsel samen met het aanvraagformulier van pathologie. Deze aanvraagformulieren zijn centrum specifiek. De volgende genen moeten minimaal getest worden:  BRCA1, BRCA2, RAD51C, RAD51D, PALB2 en BRIP1. De specifieke aanbevelingen over de kwaliteit van de tumor test en de verslaglegging hiervan, zijn te vinden in de leidraad.

De test vindt uitsluitend in een centrum met een vergunning voor Wet Bijzondere Medische Verrichtingen (WBMV) plaats. Uitslagen van de test worden opgenomen in PALGA en worden door de patholoog als addendum toegevoegd aan het lokale EPD.


Leidraad
Er is een leidraad opgesteld die zich richt op de randvoorwaarden en de kwaliteit van de Tumor-First test en de verslaglegging daarvan. In de verschillende centra kan waar nodig de lokale werkwijzen op de leidraad worden afgestemd. Het streven is dat met deze leidraad de werkwijze binnen Nederland wordt geharmoniseerd en de kwaliteit van de tumortest wordt geborgd.