Moet ik voor Tumor-First expliciet informed consent vragen? 
Het is belangrijk dat de patiënte goed geïnformeerd wordt over de tumor DNA-test en aangeeft geen bezwaar te hebben tegen deze test (Opt-Out functie). Het is niet nodig om hiervoor een consent te tekenen, echter is het wel van belang dat goed gedocumenteerd wordt in het EPD dat patiënte geïnformeerd is en geen bezwaar heeft. Voor de Tumor-First werkwijze is een smartphrase opgesteld met de minimale hoeveelheid informatie die met een patiënte gedeeld moet worden.          

Moet er ook standaard naar Lynch syndroom worden gekeken bij patiënten met epitheliale ovariumcarcinoom?
Uit literatuuronderzoek blijkt dat het percentage Lynch syndroom dat  voorkomt bij ovariumcarcinoom erg laag is, namelijk minder dan 1%. Bij het endometrioid subtype is de kans groter. Op basis hiervan is het advies om standaard onderzoek naar Lynch syndroom in te zetten als er in de familie aanwijzingen zijn voor Lynch syndroom of als er sprake is van endometrioid carcinoom.

      

Is het nodig om rondzendingen te organiseren als ze al bestaan (EMQN GenQA somatic)?

We stimuleren laboratoria om mee te doen aan bestaande internationale rondzendingen. Daarnaast zijn we binnen het project aan het inventariseren of er punten zijn waarop extra toetsing gewenst is. Eén van de punten die we hebben gezien is dat het voor veel labs nog lastig is om om deleties of duplicaties van exonen te detecteren in FFPE materiaal. Afhankelijk van de geografische regio kunnen deze afwijkingen tot 12% van de kiembaanafwijkingen in BRCA1/2 vertegenwoordigen. Het is daarom van belang dat hierop wordt getest. Omdat internationale rondzendingen onvoldoende zijn gericht op dit soort technisch uitdagende casussen, willen we hiervoor binnen Nederland een specifieke Tumor-First rondzending organiseren.


In het Tumor-First project focussen we nu op afwijkingen in een beperkte set genen, maar waarom richten we ons niet op een veel breder panel bij deze groep patiënten?            
Het doel van de Tumor-First analyse is primair om mensen met een verhoogd risico op een erfelijke DNA afwijking te detecteren. De testen zijn daarom gericht op het efficiënt detecteren van alle mogelijke kiembaan afwijkingen. Door te kijken naar de afwijkingen in de tumor identificeren we tegelijkertijd de groep patiënten die in potentie het meeste profijt hebben van therapie met PARP remmers. Omdat er nog geen gestandaardiseerde manier is om tumoren op basis van homologe recombinatie deficiëntie te selecteren voor PARP remmers, is deze analyse geen onderdeel van de Tumor-First test. Somatische mutaties in andere genen die in andere tumortypes geassocieerd zijn met gepersonaliseerde therapiekeuzes zijn in ovariumcarcinoom zeldzaam en hiervoor zijn geen geregistreerde therapieën beschikbaar.                

Hoe wordt er met de verwijscriteria rekening gehouden met de grote verschillen in familie/gezinsgrootte als de tumortest negatief is?       
We hebben een checklist ontwikkeld met criteria voor verwijzing naar de klinisch genetica. Als de familieanamnese belast is voor ovariumcarcinoom, mammacarcinoom of coloncarcinoom, dan willen we dat vanuit de klinische genetica zo goed mogelijk in kaart brengen. Soms is er dan ook nog een indicatie voor genetisch onderzoek bij een familielid wat dan wordt opgestart, of een indicatie voor aanvullende adviezen voor de patiënte of haar familieleden. Verder wordt er met iedereen ook heel duidelijk besproken dat het nuttig is om een aantal jaren later actief contact op te nemen met klinische genetica, omdat er waarschijnlijk nieuwe onderzoeksmogelijkheden zijn. Dat wordt zowel mondeling als op papier teruggekoppeld aan patiënte.          

 

Is het mogelijk om na het afnemen van de tumor DNA-test een andere route te nemen?  
Het genetisch onderzoek wordt nu op verschillende manieren aangeboden. Waar we naar toe willen is dat de tumor DNA-test de eerste test is die wordt ingezet bij alle patiënten met ovariumcarcinoom. Daarna is er de optie om een patiënt naar klinisch geneticus te verwijzen, of dat de gynaecoloog zelf genetisch onderzoek bespreekt. In de regio Utrecht zijn de gynaecologisch oncologen zeer enthousiast dat ze het zelf mogen doen. Na de Tumor-First test zijn er dus verschillende routes naar een kiembaantest mogelijk, die binnen de regio kunnen worden afgestemd.